Waardering vorderingen en schulden in box 3

Hoe waardeert u eigenlijk vorderingen en schulden in box 3?

In box 3 dienen vorderingen en schulden voor de waarde in het economische verkeer in aanmerking te worden genomen. Bij een onder zakelijke voorwaarden overeengekomen vordering of schuld is dit gewoonlijk de nominale waarde. Maar wat als dat niet zo is? En hoe stelt u dat vast? Hierover heeft een kennisgroep van de Belastingdienst enkele vragen beantwoord.

Vraag 1: Schuld met vaste looptijd en afwijkende rente
Voor welke waarde moet een schuld met een vaste looptijd (zonder boetevrije vervroegde aflossingsmogelijkheid) in aanmerking worden genomen in box 3 wanneer de contractrente afwijkt van (lees: hoger of lager ligt dan) de marktrente op de peildatum?

Antwoord 1
Een schuld dient tegen de waarde in het economische verkeer in aanmerking te worden genomen. De waarde in het economische verkeer van een schuld is normaal gesproken, op het moment dat deze onder zakelijke condities wordt overeengekomen, gelijk aan de nominale waarde van de schuld. Wanneer echter een rentevaste periode wordt overeengekomen en de contractrente op enig moment gedurende de looptijd afwijkt van de marktrente, dan wordt de waarde in het economische verkeer van de schuld geacht gelijk te zijn aan de contante waarde (ook wel: de actuele waarde) van de schuld.

Vraag 2: Niet direct opeisbare vordering met afwijkende contractrente
Voor welke waarde moet een niet direct opeisbare vordering in aanmerking worden genomen in box 3 wanneer de contractrente afwijkt van (lees: hoger of lager ligt dan) de marktrente op de peildatum?

Antwoord 2
Een vordering dient tegen de waarde in het economische verkeer in aanmerking te worden genomen. De waarde in het economische verkeer van een vordering is normaal gesproken, op het moment dat deze onder zakelijke condities wordt overeengekomen, gelijk aan de nominale waarde van de vordering. Wanneer echter een rentevaste periode wordt overeengekomen en de contractrente op enig moment gedurende de looptijd afwijkt van de marktrente, dan wordt de waarde in het economische verkeer van de vordering geacht gelijk te zijn aan de contante waarde (ook wel: de actuele waarde) van de vordering.

Vraag 3: Invloed niet-verhandelbaarheid
Heeft de niet-verhandelbaarheid van een vordering of schuld invloed op de waarde in het economische verkeer?

Antwoord 3
Nee, in beginsel wordt de waarde in het economische verkeer van vorderingen en schulden niet beïnvloed door de niet-verhandelbaarheid ervan.

Praktische oplossing: waardering op nominale waarde
Het berekenen van de waarde in het economische verkeer van een geldvordering of -schuld waarbij een rentevaste periode is overeengekomen en waarvan de contractrente op enig moment gedurende de looptijd afwijkt van de marktrente van een lening met vergelijkbare voorwaarden, is administratief bewerkelijk en doet een groot beroep op belastingplichtigen. Daarnaast is het staande uitvoeringspraktijk dat onder meer door banken het boeksaldo van een geldlening of vordering als waarde in het economische verkeer wordt gerenseigneerd.

Uit praktische overwegingen en gelet op deze uitvoeringspraktijk mag een belastingplichtige bij het bepalen van de waarde in het economische verkeer van een geldvordering of -schuld (niet zijnde een effect als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht) uitgaan van de nominale waarde.

Hierbij moet wel sprake zijn van een bestendige gedragslijn, zodat consistent wordt gekozen voor de nominale waarde en niet slechts om een fiscaal voordeel te behalen. Dit betekent dat de nominale waarde zowel wordt gebruikt ter berekening van het forfaitaire rendement als voor het werkelijke rendement in de tegenbewijsregeling box 3. Ook houdt dit in dat voor de berekening van het werkelijke rendement in de tegenbewijsregeling box 3 de nominale waarde wordt gebruikt aan het begin en einde van het kalenderjaar en voor eventuele stortingen en onttrekkingen als gevolg van verkrijging of vervreemding van een geldvordering of -schuld. Deze uitwerking geldt tot aan de inwerkingtreding van de Wet werkelijk rendement box 3, aangezien hierin specifieke regels zijn opgenomen met betrekking tot de waardering van geldvorderingen en -schulden tussen natuurlijke personen.