Een werkneemster meldt zich ziek. Dat betekent niet dat ze niets meer mag ondernemen. Maar wat als haar activiteiten moeilijk te rijmen zijn met wat zij over haar ziekte en belastbaarheid aan de werkgever heeft verteld? Een werkgever in de makelaardij kreeg met deze situatie te maken. Was deelname aan een intensieve Hyrox-wedstrijd na de ziekmelding voldoende voor ontslag op staande voet?
De arbeidsrelatie met een medewerkster commerciële binnendienst stond al enige tijd onder druk en partijen hadden verschillende keren gesproken over het herstellen van het onderlinge vertrouwen.
In februari meldde de werkneemster zich ziek. Aanvankelijk hield haar ziekmelding verband met spanningen in de arbeidsrelatie. Een maand later liet zij haar werkgever weten dat zij de ziekte van Pfeiffer en een zware keelontsteking had. Zij gaf daarbij aan dat zij van kleine inspanningen al moe werd, overdag veel sliep en niet in staat was om te werken.
De werkgever ontdekte echter dat de werkneemster twee weken later had deelgenomen aan een Hyrox. Dat is een intensieve fitnesscompetitie waarbij deelnemers acht keer een kilometer hardlopen, afgewisseld met verschillende zware fitnessoefeningen. De werkneemster had al eerder een vrije dag gevraagd om aan zo’n wedstrijd mee te kunnen doen. Toen de werkgever haar met de deelname confronteerde, was haar reactie dat sporten gezond is. De werkgever vond de combinatie van beide verhalen niet geloofwaardig en verloor het vertrouwen in verdere samenwerking. Hij ging over tot ontslag op staande voet.
De rechter vond dat ontslag rechtsgeldig. Daarbij was volgens de rechter niet zozeer beslissend of de werkneemster medisch gezien wel of niet aan een Hyrox kon deelnemen. De beoordeling van arbeidsongeschiktheid is immers in beginsel aan de bedrijfsarts. Het ging er vooral om dat de werkneemster kort daarvoor had meegedeeld dat zij door kleine inspanningen al uitgeput raakte en niet kon werken, terwijl zij vervolgens aan een zeer intensieve sportwedstrijd deelnam. Daarmee had zij volgens de rechter een onjuist beeld gegeven van haar belastbaarheid en het vertrouwen van de werkgever geschaad.
Het ontslag had voor beide partijen financiële gevolgen. De werkneemster kreeg wel een transitievergoeding van € 877,50, omdat haar gedrag volgens de rechter wel verwijtbaar, maar niet ernstig verwijtbaar was. Daarnaast moest de werkgever nog het verschuldigde loon en de vakantiebijslag tot de ontslagdatum betalen. De werkneemster moest op haar beurt een gefixeerde schadevergoeding van € 2.106 betalen.
Let op: Wees als werkgever voorzichtig met de conclusie dat een werknemer die tijdens ziekte sport, niet ziek kan zijn. Dat oordeel is aan de bedrijfsarts. Het wordt anders wanneer een werknemer zelf een beeld van ernstige beperkingen schetst dat duidelijk niet strookt met wat hij of zij vervolgens doet. Leg bij twijfel de feiten goed vast, geef de werknemer gelegenheid om daarop te reageren en schakel zo nodig de bedrijfsarts in. Wilt u ontslag op staande voet geven, zorg dan dat de dringende reden zorgvuldig is vastgesteld en dat het ontslag onverwijld wordt gegeven.
Bron: Accountantsportal




